| |
De weerkaart in de weken vóór en tijdens een vorstperiode
Geplaatst: 31 jan 2008
Als een (nieuwe) vorstperiode wat langer op zich laat wachten,
turen veel winterliefhebbers de weerkaarten af, op zoek naar een strohalm. Maar hoe
ziet een 'koude weerkaart' er eigenlijk uit? Voor een
vorstperiode (klik
hier voor een lijst vanaf
1901) is een krachtig hoog
boven Scandinavië zeker geen vereiste, zo zal hieronder blijken. En hoe
liggen de kaarten er de weken vóór een vorstperiode bij? Kan er twee weken vóór
het invallen van de vorst bijvoorbeeld nog sprake zijn van een westcirculatie?
Om dit soort vragen te beantwoorden heb ik de weerkaarten in de weken
voorafgaand aan én tijdens alle 64 vorstperioden in de 60-jarige periode van
1948 t/m 2007 geanalyseerd. Hiervoor is de dagelijkse weerkaartenreconstructie
('reanalysis') van
NCEP/NCAR
gebruikt, die vanaf 1948 beschikbaar is.
De weerkaarten die hieronder te zien zijn, zijn allemaal weekgemiddelde
weerkaarten. Door een 7-daags gemiddelde te nemen krijg je een goed beeld van
het algemene stromingspatroon en de algemene drukverdeling in de betreffende
periode. De witte contourlijnen geven de luchtdruk (hPa) herleid naar zeeniveau,
de kleuren tonen de 'geopotentiële' hoogte van het 500-hPa drukniveau (dam). Een
gebied waar het 500-hPa drukvlak relatief laag/hoog ligt mag je gewoon als een
lage-/hogedrukgebied op 5 à 6 km hoogte beschouwen. De betekenis van de kleuren
is exact gelijk aan die van de bekende
Wetterzentrale-kaarten:
cyaan/lichtblauw begint bij < 528 dam, geel bij > 552 dam.
Op de zogeheten 'postzegelkaart' hieronder zijn 64 'postzegels' te zien. Die
postzegels zijn miniatuur-weerkaarten. Voor elk van de 64 vorstperioden in de
periode 1948-2007 is de weekgemiddelde weerkaart vanaf de eerste dag van de
vorstperiode getoond. Je ziet hier dus 64 verschillende settings die in ons land
samenhingen met het optreden van een vorstperiode. Als voorbeeld bespreek ik
even de postzegel linksboven, die hoort bij de vorstperiode van 17-26 feb 1948
en de weekgemiddelde weerkaart van 17-23 feb 1948 toont. De titel luidt: "17-23
feb 1948 (vp1 17 feb), N=10 Kvp=31.8 Kwinter=35.2". Het tijdvak "17-23 feb 1948"
is dus de week waarvoor de gemiddelde kaart geldt; "vp1 17 feb" betekent dat het
de 1e vorstperiode van dat winterseizoen was en dat deze op 17 feb begon; "N=10"
betekent dat het een 10-daagse vorstperiode was; "Kvp=31.8" betekent dat de som
van de etmaalgemiddelde temperaturen van 17-26 feb 1948 in De Bilt uitkwam op
-31.8°; "Kwinter" betekent dat de koudesom van Hellmann (=de som van alle
negatieve etmaalgemiddelde temperaturen in De Bilt van nov t/m mrt) -35.2° was. Klik op de verkleinde postzegelkaart om de
full-size, leesbare versie te openen in een nieuw venster (6 MB)!

De volgende vraag is hoe de weerkaart er tijdens de weken vóór deze 64
vorstperioden uitzag. Was er sprake van een steeds winterser ogende setting of
verscheen de winterse drukverdeling tamelijk abrupt op de kaarten? Hieronder
zijn de postzegelkaarten te zien van resp. 2 à 3 weken voor de 64 vorstperioden
(15-21 dagen van tevoren), 1 à 2 weken voor de 64 vorstperioden (8-14 dagen van
tevoren), en van de laatste week voor de 64 vorstperioden (1-7 dagen van
tevoren). Ten slotte voor het totaalbeeld van de evolutie over 4 weken tijd nog
een keertje de 'vorstperiodekaartjes' van hierboven. Klik wederom op de
betreffende postzegelkaart voor de leesbare versie (6 MB).
Postzegelkaart 15-21 dagen vóór begin vorstperiode:

Postzegelkaart 8-14 dagen vóór begin vorstperiode:

Postzegelkaart 1-7 dagen vóór begin vorstperiode:

Postzegelkaart 0-6 dagen ná begin vorstperiode:

De bovenstaande analyse is vooral
als naslag bedoeld; ik zou hieruit niet direct conclusies durven trekken over
typische patronen die je in de weken vóór een vorstperiode ziet verschijnen. Duidelijk
en ook logisch is wel dat de weerkaarten vaak, maar niet altijd, winterser ogen
naarmate de vorstperiode dichterbij komt. Wanhopige winterliefhebbers zouden
zelfs kunnen proberen om tijdens (schijnbaar?) uitzichtloze situaties een
vergelijkbare situatie te vinden die in het verleden tóch leidde tot een
vorstperiode. Hun zou ik daarmee op dit moment veel succes willen wensen. :-) |
|